


VLIEGEN
Ontwikkelingscyclus van de vlieg
KAMERVLIEG (Musca domestica L.)
De volwassen kamervlieg is 7 tot 8 mm lang. De larven zijn pootloos. Het wijfje legt
600 tot 2000 eitjes (100-150 per keer). De larven ontwikkelen zich in rottend organisch
materiaal. De vliegen komen af op allerlei voedsel dat ze alleen in vloeibare vorm
kunnen opnemen.
De mannetjes sterven kort na de paring, de vrouwtjes leven 2 tot 3
maanden.

HERFSTVLIEG (Musca autumnalis Degeer)
De volwassen herfstvlieg is 6 tot 7 mm lang en lijkt op de kamervlieg. Het verschil
met de kamervlieg is dat bij het mannetje de ogen zeer dicht bij elkaar staan. Daarnaast
zitten op het borststuk van deze vlieg 4 striemen, het achterlijf is geel met een
zwarte rugstreep (het vrouwtje is minder geel op het achterlijf).
Herfstvliegen komen
in het najaar in grote aantallen in (groepen) gebouwen binnen op zoek naar een goede
overwinteringsplaats.


GRASVLIEG (Thaumatomyia notata Meigen)
De grasvlieg is geel met drie glanzende zwarte strepen op de bovenzijde van het borststuk.
Deze vlieg is ca. 3 mm lang en heeft bijna geen haren. De larven ontwikkelen zich
voornamelijk in ongemaaid, doorgaans verwaarloosd grasland.
Net als de kluster- en
herfstvlieg zoeken grasvliegen in het najaar vaak gebouwen op om te overwinteren.
In het voorjaar vertrekken deze insecten weer.

KLUSTERVLIEG (Pollenia rudis F.)
De klustervlieg lijkt enigszins op de kamervlieg en is ca. 8 mm lang. Deze vlieg
heeft veel goudkleurige haren op de bovenzijde van de thorax. Het abdomen is grijs.
Ze
komen in het najaar in grote aantallen gebouwen binnen om te zoeken naar goede overwinteringsplaatsen.
In het voorjaar, als de zon gaat schijnen en het warmer wordt, ontwaken de vliegen
uit hun rusttoestand, worden actief en gaan zich in het gebouw verspreiden. Tijdens
de eerste warme dagen verblijven ze overdag aan de buitenzijde van het gebouw waar
ze overwinterd hebben. Na verloop van enkele weken verlaten zij hun overwinteringsplaats
definitief.
Vliegen hebben een volkomen gedaanteverwisseling, wat wil zeggen dat uit het gelegde
eitje een larve (made) komt, die zich verpopt om hierna als vlieg weer te verschijnen.
Deze cyclus duurt bij de kamervlieg ca. 1-3 weken, bij vleesvliegen duurt deze cyclus
ca. 3 weken.
Afgezien van de hinder welke vliegen veroorzaken, bevuilen ze ook oppervlakken
en kunnen ziektekiemen overbrengen op mens en dier via de poten, monddelen, haren
en uitwerpselen. Dit kunnen bacteriën zijn, virussen en andere schadelijke micro-organismen.
Er
zijn veel verschillende soorten vliegen. Enkele veel voorkomende soorten laten wij
de revue passeren: